David Criekemans: Geopolitiek, Vlaanderen, Mackinder, Heartland, Spykman, Rimland

Introductie: David Criekemans

Dr David Criekemans is postdoctoraal navorser Internationale Politiek aan de Universiteit Antwerpen, onderzoekscoördinator en senior onderzoeker ‘Europese en Mondiale Verhoudingen’ bij het Vlaams Steunpunt Buitenlands Beleid, alsook docent ‘Geopolitiek’ aan zowel het International Centre for Geopolitical Studies (I.C.G.S.) in Genève (Zwitserland), als aan de Koninklijke Militaire School in Brussel.

“Geopolitiek Paspoort” is een rubriek op Geopolitiek.nl met aandacht voor de identiteit van zowel de hedendaagde geopolitiek als de geopolitieke wetenschappers van vandaag. Dit interview met dr David Criekemans (Universiteit van Antwerpen) bestaat uit vier delen:

  • Mijn relatie met geopolitiek
  • Het boek “Geopolitiek, geografisch geweten van de buitenlandse politiek?”
  • De populariteit van het concept “Geopolitiek”
  • Onze geopolitieke toekomst

Mijn relatie met geopolitiek

Wanneer kwam u voor het eerst in contact met Geopolitiek?

Tijdens mijn universitaire basisopleiding in 1992-1996 in de Internationale Betrekkingen in Antwerpen ben ik Geopolitiek slechts éénmaal bewust tegengekomen; dat was in de toenmalige cursus ‘Vrede en Veiligheid’ van Prof. dr. Luc Reychler. Slechts twee bladzijden in zijn boek waren aan de Geopolitiek gewijd. Ik moet dat ergens in mijn onderbewustzijn opgeslagen hebben. Wat Geopolitiek écht inhield, dat bleef evenwel een mysterie.

In die jaren was de renaissance van de geopolitieke benadering tot de studie van de internationale relaties nog niet doorgedrongen tot het Nederlandse taalgebied. De eerste echte keer toen ik in contact kwam met Geopolitiek was wanneer ik in opdracht van Prof. dr. Yvan Vanden Berghe, destijds hoofd van de Afdeling Internationale Politiek in Antwerpen, op zoek ging naar een mogelijk doctoraatsonderwerp. In de inleiding van mijn boek schrijf ik daar trouwens iets over. Aan het begin van de jaren ’90 was de herinnering aan de omwentelingen in Oost-Europa (tegenwoordig zegt men ‘Centraal-Europa’) nog zeer levendig. De val van de Muur was één van de eerste internationaal-politieke ontwikkelingen die ik echt bewust had gevolgd. Ik wilde in eerste instantie graag werken rond de vraag of een continentale Europese Unie wel tot de mogelijkheden behoorde, en waar de “grenzen van Europa” dan wel lagen.

In de bibliotheek vond ik een klein, maar bijzonder pittig boek, ‘The Transformation of Western Europe’ van de hand van William Wallace (1990, Royal Institute of International Affairs, 122 p.). In een voetnoot stootte ik op een verwijzing naar het concept ‘mental maps’. Voor zover ik het begreep, betrof het ‘mentale kaarten’ over de geografische omgeving die besluitvormers virtueel in hun hoofd hadden. Deze zouden bewust of onbewust een impact hebben op hun internationaal-politieke beleidsbeslissingen, weliswaar in interactie met hun appreciatie omtrent economische en sociale variabelen, én beïnvloed door hun plaatselijke politieke en culturele identiteit. Het concept ‘mental maps’ bracht mij vrijwel onmiddellijk in contact met de mysterieuze en geleidelijk in-opgang-zijnde geopolitieke literatuur. Al was ik de term ‘geopolitiek’ zeer kort in onze opleiding tegengekomen, nooit had ik de kans gehad om Geopolitiek echt te bestuderen.

Enig onderzoek maakte duidelijk dat er in Vlaanderen over dit thema niet meer ten gronde gepubliceerd was sinds 1945 (Jan A. Van Houtte, ‘Geopolitiek. Inleiding tot de geografische factoren van geschiedenis en politiek’, N.V. Uitgeverij “Het Pennoen”, 142 p.). Nochtans leek Geopolitiek mij in toenemende mate relevant als perspectief op de internationale betrekkingen, zeker tijdens de jaren ‘90 van de vorige eeuw, waar alle ‘zekerheden’ verdwenen leken en men op zoek was naar een nieuw mondiaal evenwicht. Voor men ooit kon verhopen om de relatie tussen de (appreciatie van) territorialiteit en politiek te begrijpen, diende mijns inziens eerst het fundamenteel kennis-theoretische vraagstuk ten gronde uitgediept te worden; wat houdt ‘Geopolitiek’ nu concreet in? Haar duale karakter tussen ‘ongrijpbaarheid’ en (schijnbare?) relevantie voor een beter begrip van internationale vraagstukken fascineerde me.

Wat maakt Geopolitiek in uw ogen zo bijzonder?

Vooreerst is Geopolitiek ouder dan het vakgebied van de Internationale Betrekkingen (IB), en brengt ze ons terug naar een analyse- en verklaringskader van de internationale verhoudingen dat ouder is, en een andere visie op de wereld heeft. IB ontstond maar pas na de Vrede van Versailles (1918). In 1919 werd de eerste IB-leerstoel in Aberystwyth (Wales) opgericht, met als doel dat de wetenschappelijke studie van de wereldpolitiek zou bijdragen tot het blootleggen van de oorzaken van politieke problemen, en aldus een contributie zou leveren tot ‘de vreedzame oplossing van globale spanningen’. De tweede leerstoel werd opgericht aan de Universiteit van Genève, in 1920. Het is interessant om te bestuderen hoe de Geopolitiek op verschillende momenten in de twintigste eeuw een onmiskenbare invloed heeft uitgeoefend op de Leer der Internationale Betrekkingen.

Ten tweede biedt de geopolitieke analyse de kans om internationaal-politieke vraagstukken meer holistisch, of ‘alomvattend’ te bestuderen. De basisassumptie van de Geopolitiek stelt dat territorialiteit nog altijd belangrijk is, zelfs in een gemondialiseerde wereld. Afhankelijk van de te bestuderen onderwerpen gaat men dan die factoren analyseren die territoriaal zijn ingebed, teneinde een beter inzicht te verkrijgen. Zo kan men naar factoren kijken als klimaat, grondstoffen, economische slagkracht, etniciteit, etc. Heel wat factoren zijn geografisch ingebed zonder dat we het beseffen. Je kunt ze opdelen in fysisch-geografische, menselijk-geografische en ruimtelijke dimensies. Het geopolitieke analysekader vormt dus een specifieke benadering van de internationale betrekkingen.

Het is niet toevallig dat Geopolitiek nu een dergelijk sterke opgang kent. Na de grote mondiale herschikking van de jaren ’90 zitten we nu opnieuw in een versnelling van de mondiale verhoudingen; denk maar aan de opkomst van landen zoals China, India en Brazilië, denk ook aan het milieu en het energievraagstuk. Dé meest prangende dossiers in de internationale politiek van vandaag hebben een uitermate geopolitiek karakter, en dat proces zal nog sterker worden. Het zegt ook iets over mijn vakgebied, de Internationale Betrekkingen, die na een lange omzwerving terugkeert naar die dossiers waar het allemaal over begon; de vraag wat de verhouding is tussen de mens en zijn omgeving, en waar ‘macht’ dan uiteindelijk uit voortvloeit.

Geopolitiek kent vele definities. Welke definitie spreekt u het meeste aan?

Dat is correct, één de grootste problemen waar Geopolitiek als studieveld mee kampt, is de spraakverwarring over wat Geopolitiek nu is. In de marge van mijn doctoraatswerk verzamelde ik alle mogelijke definities van Geopolitiek. Ik vond er uiteindelijk ongeveer 87, die ik kon klasseren in 13 verschillende categorieën. Vanuit mijn historisch gedreven, kritische analyse heb ik uiteindelijk mijn eigen definitie ontwikkeld, die als ambitie heeft de spraakverwarring rond Geopolitiek te doorbreken. Ze luidt als volgt:

Geopolitiek is het wetenschappelijke studieveld behorende tot zowel de Politieke Geografie als de Internationale Betrekkingen, die de wisselwerking wil onderzoeken tussen de politiek handelende mens en zijn omgevende territorialiteit (in haar drie dimensies; fysisch-geografisch, menselijk-geografisch en ruimtelijk).

Voor wat de studie van de ‘praktische geopolitiek’ betreft (de dagelijkse praktijk van staatkunde, de focus van mijn boek), betekent dit dat men aandacht heeft voor de vraag in welke mate de eerder genoemde wisselwerking een invloed genereert op het (buitenlands) beleid of op de relatieve ‘machtspositie’ van de politieke entiteit welke men wenst te analyseren. Er bestaan verschillende mogelijke benaderingen om (de componenten van) de relatie tussen ‘territorialiteit’ en ‘politiek’ te onderzoeken.

Welke geopolitieke onderzoeker bewondert u het meest?

Dat zijn twee Amerikaanse geopolitieke vorsers die niemand zich vandaag nog herinnert, zeer ten onrechte; Harold en Margaret Sprout. Zij speelden in de Verenigde Staten van Amerika een uitermate belangrijke rol in het denken over Geopolitiek, en in de verspreiding van het geopolitieke gedachtegoed, en dat gedurende bijna 50 jaar!

In 1931 hield de jonge politieke wetenschapper Harold Sprout een vurig pleidooi waarbij hij politicologen opriep om meer rekening te houden met het interessante wetenschappelijke werk dat verricht werd door politiek-geografen. Voor Wereldoorlog II schreef hij tezamen met zijn vrouw Margaret een interessant boek over het leven en wetenschappelijke werk van de maritieme historicus Alfred Thayer Mahan, en diens impact op de uitbouw van de Amerikaanse (zee)macht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelden de Sprouts een belangrijke rol om ongeveer 120.000 Amerikaanse officieren op te leiden in de Geopolitiek.

Ook na 1945 waren ze bijzonder actief, met name in het uitwerken van een aantal basishandboeken. In 1971 verscheen hun laatste wetenschappelijke boek over ‘The Politics of Planet Earth’. Via de Geopolitiek pleitten ze voor meer aandacht voor milieuthema’s. De ontwikkeling die Harold en Margaret Sprout in hun werk hebben gekend is de volledige ‘full circle’; van historisch-strategische vraagstukken naar thema’s zoals milieu. Daarmee duidden ze in de jaren ’70 al aan waar dit studieveld naartoe zou evolueren. Zondermeer kan hun œuvre als indrukwekkend beschouwd worden.

Het boek “Geopolitiek, geografisch geweten van de buitenlandse politiek?”

Wat maakt uw boek het lezen waard?

Voorkant van David Criekemans-boekVerschillende lezers zullen er andere dingen in ontdekken die ze als ‘waardevol’ kunnen beschouwen. Het is niet aan mij als auteur, maar aan de lezer om zelf te oordelen. Dit is natuurlijk geen roman of een inleiding in de Geopolitiek, maar eerder een diepgaande wetenschappelijke studie over wat Geopolitiek is of zou kunnen zijn.

De lezer heeft wel enig doorzettingsvermogen nodig, maar krijgt een rijke reconstructie van de Geopolitiek. Van het einde van de 19de eeuw toen de opkomende imperiale Europese grootmachten met elkaar wedijveren om ‘macht’ over de twee wereldoorlogen naar de Koude Oorlog en het tijdperk sindsdien. Doorheen deze geschiedenis toon ik aan hoe geopolitieke vorsers de toenmalige mondiale verhoudingen inschatten, welke conclusies ze daaruit trokken voor het buitenlandse beleid dat hun natie volgens hen diende te voeren, en welk “succes” ze bereikten.

De Amerikaanse maritieme historicus Alfred Thayer Mahan slaagde erin om tijdens de eeuwwisseling zijn visie over ‘zeemacht’ te ‘verkopen’ aan de toenmalige Amerikaanse president Theodore Roosevelt. Deze ideeën vormden de basis van de uitbouw van de macht van de VS; zo stelde Mahan voor om de vloot gevoelig uit te breiden, naar het voorbeeld van het Britse rijk de handelsknooppunten in te nemen, én het Panama-kanaal te bouwen (nadat de Fransen hierin faalden).

De Britse geopolitieke denker Mackinder ontwikkelde dan weer in 1904 en 1919 een Heartland-theorie die stelde dat het gebied wat nu Rusland is een centrale rol zou spelen in de internationale politiek. Hij stelde voor dat het Verenigd Koninkrijk een verdeel-en-heerspolitiek in de jaren ’20 zou voeren in Oost-Europa, maar de Britten waren na 1918 oorlogsmoe. Hij voorspelde dat een nieuwe wereldbrand zou komen indien de ‘geopolitieke balans’ in Europa niet hersteld zou worden. Hoewel hij weinig succes kende naar het Britse politieke establishment toe, werden zijn ideeën wel opgepikt in Duitsland en later ook in de Verenigde Staten van Amerika. Ze vormden na 1945 zelfs de basis voor de ontwikkeling van de containment-politiek die Washington zou gaan voeren ten aanzien van het ‘Rode Gevaar’.

Zo worden nog een heel aantal andere geopolitieke denkers behandeld zoals Nicholas John Spykman (1893-1943), Henry Kissinger, Zbigniew Brzezinski, enzovoort. Ook besteed ik ruime aandacht aan de Franse geopolitieke school, die sinds het einde van de jaren ’70 van de vorige eeuw een ware revolutie ontketende in het denken over wat Geopolitiek is, of zou kunnen zijn. Wie interesse heeft in de wereldpolitiek zal het verhaal achter de internationaal-politieke actualiteit van de periode 1890-heden heel boeiend vinden. Ik geloof sterk dat enkel door naar het verleden te kijken we ook beter het heden en de toekomst kunnen begrijpen.

Wat vindt u de belangrijkste conclusie(s) uit uw boek?

Dat is geen eenvoudige vraag. Er zijn er meerdere, op verschillende niveaus. Ik pik er misschien eentje uit, over de historiografie van de Geopolitiek. Al te vaak wordt nog geschreven dat de Duitse geopolitieke school van Karl Haushofer tijdens het interbellum de basis vormde van de buitenlandse politiek van de Nazi’s. Het verhaal als zou Hitler al zijn ‘mosterd’ bij de Duitse Geopolitik gehaald hebben, houdt geen steek. In tegenstelling tot wat velen zelfs nog vandaag geloven bestond Haushofer’s oorspronkelijke geopolitieke visie hierin dat Duitsland niet via oorlog, maar via samenwerking met de Russen en de Japanners een grootse alliantie tegen de Anglo-Amerikaanse zeemachten zou opzetten.

Karl Haushofer’s visie dateerde reeds van zijn bijdrage aan de geheime tripartiete onderhandelingen met de Sovjetunie en Japan, in het verlengde van het Verdrag van Rapallo (1923). De constructie die hij trachtte op te zetten, had dus veel meer weg van de voorzichtige evenwichtspolitiek die Bismarck in de periode 1871-1890 gevoerd had. Hieruit blijkt meteen het grote verschil tussen Haushofer en Hitler, met wie hij in november 1938 in aanvaring kwam. De ideeën van Haushofer en Hitler verschilden van elkaar op twee wezenlijke punten: (1°) hun houding t.a.v. de Sovjetunie, én (2°) hun appreciatie van de factor ‘ras’. Dit alles noopt tot een aanpassing van de algemeen gangbare (populaire) visie als zou Haushofer het ‘ware’ (geopolitieke) brein zijn achter Duitsland’s expansionistische politiek vanaf 1938; deze visie kan nog moeilijk langer staande gehouden worden. Ook dwingt dit alles ons tot een meer gematigde en genuanceerde appreciatie van de Duitse geopolitieke school tijdens dit tijdsgewricht.

Welke lessen kunnen de regeringen van België en Nederland trekken uit uw boek?

De centrale les is dat omgevingsvariabelen wel degelijk nog steeds een belangrijke invloed uitoefenen op de buitenlandse politiek van een staat, maar ook op andere territoriale eenheden, van macro-regionale gehelen (Europese Unie) tot regio’s (vb. Vlaanderen, Catalonië) en zelfs steden (vb. Antwerpen, New York). De vraag is evenwel hoe je die “invloed” moet interpreteren.

De romantische denkers aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw geloofden nog dat geografie een “dwingende” invloed uitoefende op het buitenlandse beleid, haast een natuurproces. Dat stadium zijn we in ons denken inmiddels gepasseerd. Wel is het zo dat de twintigste eeuw ons heeft geleerd dat het veronachtzamen van de relatie tussen de mens en zijn omgeving tot desastreuze effecten kan leiden. Je kunt dat op verscheidene zaken toepassen. Kijk je louter naar het fysische milieu, dan kan je bijvoorbeeld verwijzen naar de uitdroging van het Aral meer in de Sovjetunie, nu Rusland. De Sovjet-wetenschappers geloofden dat de mens de overhand had gehaald op de natuur, via nieuwe technologie zoals waterbevloeiing van katoenvelden zou een prachtige toekomst binnen handbereik liggen. Die “overwinning” is op een totaal fiasco uitgedraaid, en bleek een illusie te zijn.

De inzichten uit de Geopolitiek zijn ook toepasbaar op meer actuele strategische vraagstukken; in de VS zeggen sommigen zoals de geopolitieke denker Zbigniew Brzezinski nu ook dat Amerika in haar buitenlandse politiek niet langer “met beide benen op de grond staat”. Het buitenlandse beleid dat George W. Bush voerde, heeft de geopolitieke fundamenten van de eigen Amerikaanse macht in de wereld gevoelig ondermijnd, en het is nog maar de vraag of de nieuwe president/e in 2009 de geleden schade nog zal kunnen herstellen.

Voor landen als België en Nederland speelt de geopolitieke factor ook voortdurend; beiden zijn namelijk slechts kleine buitenlandspolitieke actoren. Beide landen hebben ook een bijzonder open economie, waardoor ze zeer gevoelig zijn aan de internationaal-economische conjunctuur, en gebeurtenissen of debatten in de internationale politiek (vb. over milieu of energie). Kijk je dan naar het interne debat in onze landen, dan merk je dat we beiden vreselijk aan navelstaarderij doen. Onze wereld is erg klein, meestal ook die van politici. Dat is niet goed. Net zulke kleine, open landen als België en Nederland hebben nood aan een meer diepgaand debat over de mondiale geopolitieke en geo-economische evoluties, en de rol die ze hierin respectievelijk zouden kunnen spelen. Voor mij is dat één van de basislessen die de Geopolitiek ons brengt, waarna je in details kan treden over wat voor inzichten de verschillende geopolitieke onderzoekstradities te bieden hebben, maar dat zou ons te ver brengen.

In mijn boek zal je geen rechtstreekse adviezen terugvinden, maar wel een aantal vuistregels voor het buitenlandse beleid. Iedere generatie moet die in functie van de nieuwe maatschappelijke en mondiale evoluties, alsook in functie van nieuwe technologische ontwikkelingen, voor zich herinterpreteren. Geopolitiek kan een rol spelen om een dergelijk debat aan te zwengelen, maar moet bescheiden zijn; geen enkele van de humane wetenschappen kan definitieve oplossingen bieden. Wel kan Geopolitiek actief verbanden leggen tussen ontwikkelingen die voordien als separaat beschouwd werden, daarin ligt haar bijzondere meerwaarde.

Uw boek telt ruim 800 pagina’s. Hoe lang bent u er mee bezig geweest?

Het originele idee voor de studie formuleerde ik in 1997, in juni 2005 verdedigde ik mijn proefschrift, en in 2007 werd het in boekvorm gepubliceerd. De hoeveelheid (vaak vergeten) literatuur die ik moest doorworstelen om Geopolitiek te reconstrueren is niet onaanzienlijk geweest. Maar het verhaal van de Geopolitiek en haar toenemende relevantie om de huidige internationaal-politieke ontwikkelingen te begrijpen is zo boeiend dat ik er gerust nog enige decennia mee door kan gaan 😉 en tezamen met mij hopelijk steeds meer vorsers.

Aan welk geopolitiek onderwerp zou u graag een volgend boek willen wijden?

Geopolitiek van de energie. Ook een meer algemeen inleidend boek over geopolitieke analyse staat in mijn planning.

De populariteit van het concept “Geopolitiek”

Waarom is er decennialang geen Nederlandstalig boek over geopolitiek verschenen?

In mijn boek formuleer ik een aantal hypotheses daarover. Het zijn er een drietal:

  • Onbekend is onbemind: aangezien de Geopolitiek als wetenschappelijk studieveld in Vlaanderen amper bekend is, is het begrijpelijk dat men nauwelijks toepassingen ervan terugvindt in de literatuur. De relatieve bekendheid van ‘Geopolitique’ in het Franstalige landsgedeelte, heeft te maken met het feit dat zij meer gericht zijn op Frankrijk, waar de renaissance van ‘Geopolitiek’ al sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw vorm heeft kunnen krijgen;
  • Vlaanderen heeft een kleine academische gemeenschap – sommigen zouden Geopolitiek als een ‘exotisch’ onderwerp kunnen bestempelen. Sommigen associëren het met de Geopolitik van Nazi-Duitsland, maar met die mythe reken ik vakkundig af in mijn boek;
  • De quasi onbestaande wetenschappelijk-institutionele koppeling (in Vlaanderen, maar ook in Nederland) tussen ‘Geografie’ enerzijds, en ‘Politieke Wetenschappen’ anderzijds. Volgens mij kunnen politieke wetenschappers veel leren van het werk van politiek-geografen en vice versa. Helaas werken beiden meestal eerder naast elkaar in plaats van met elkaar, waardoor elke groep opnieuw het wiel probeert uit te vinden. Iedere groep is ingekapseld in zijn eigen overlegstructuren, verenigingen en financieringsmechanismen. Dat zou doorbroken moeten worden. Misschien kan geopolitiek.nl hier nog wel een bijdrage kunnen leveren.

Waarom kan geopolitiek zich de afgelopen jaren verheugen op een toenemende populariteit in België en Nederland?

Het heeft volgens mij te maken met het tijdsgewricht waar we ons in bevinden, waar ik het eerder al over had. Op mondiaal niveau zien we machtsherschikkingen die via de klassieke paradigmata in de Internationale Betrekkingen slechts ten dele verklaard kunnen worden. We leven ook in een tijdperk waarin de ‘territorialiteit’, die tussen 1945 en 1989 verguisd werd als mogelijke factor in de internationale politiek, opnieuw naar de voorgrond treedt. Of het nu gaat om de race om grondstoffen, energie of het klimaat, Geopolitiek lijkt terug opnieuw relevant als een perspectief op de internationale betrekkingen dat een holistisch, alomvattend beeld tracht te geven over wat er aan de hand is. Die tendens zal alleen nog maar sterker worden.

Binnen de EU lijkt Frankrijk marktleider op het gebied van geopolitiek onderzoek. Hoe verklaart u dat?

Dat heeft alles te maken met het rijke intellectuele debat in Frankrijk, en dan ook specifiek met een debat dat werd gevoerd op het einde van de jaren ’70 en het begin van de jaren ’80, in volle Koude Oorlog. Het was Yves Lacoste die binnen de Franse Geografie het taboe rond vraagstukken met een ‘politiek’ karakter doorbrak. Hij ontwikkelde in zijn tijdschrift ‘Hérodote’ een kritische reflectie omtrent de relatie territorialiteit–politiek, de basis voor een nieuwe Franse geopolitieke school. Lacoste wilde ‘geopolitiek’ “bevrijden” uit de armen van militaire stafleden, die tot dan de enigen waren die Geopolitiek “praktiseerden”. Hij meende dat naast de bekende imperialistische vormen van geopolitiek discours, er ook andere varianten bestaan, bijvoorbeeld: ‘het anti-imperialistische gedachtegoed hetwelk de onafhankelijkheid, de autonomie of het vrije denken tracht te ondersteunen’.

In 1993 definieerde Lacoste ‘Geopolitiek’ als “de wetenschappelijke studie van territoriale machtsrivaliteiten en hun repercussies in/voor de publieke opinie”. Lacoste meende, in navolging van de Franse geo-politicologen vóór 1945, dat er niet slechts één vorm van geopolitiek bestaat dan deze op het statelijke niveau. Er bestaan ook “d’autres Geopolitiques” (vb. regionalisering). Deze “Hérodote-school” heeft veel aandacht voor het geografisch/geopolitiek redeneren op verschillende ruimtelijke niveaus van analyse (vb. lokaal, regionaal, nationaal, macro-regionaal, mondiaal). De belangrijkste bijdrage van de groep rond Lacoste ligt nu net in het binnenbrengen van de notie ‘representatie’ in geopolitieke analyses (d.i. de wijze waarop ‘territorialiteit’ voorgesteld wordt).

De rijkdom van de Franse literatuur over Geopolitiek is zeer groot. Als je in een Parijse boekhandel op zoek gaat, dan vindt je steevast een sectie ‘Geopolitique’ in de buurt van de secties ‘Relations internationales’ en ‘Geographie politique’. Nadeel is wel dat sommige Franse auteurs “Geopolitiek” zo breed definiëren dat het onduidelijk wordt waar het verschil ligt met de ‘Relations internationales’.

Tegenwoordig bestaan er ook een heel aantal bijzonder interessante tijdschriften over Geopolitiek in het Franse taalgebied. Vanuit Frankrijk heeft deze interesse zich verder verspreid over andere Europese landen, zelfs tot in Latijns-Amerika.

Onze geopolitieke toekomst

Welke geopolitieke ontwikkelingen voorziet U voor 2008?

  • Dicht bij huis, op de Balkan, zullen de Albanese Kosovaren wellicht de onafhankelijkheid uitroepen. Het is onduidelijk wat voor gevolgen dat zal hebben. In ieder geval zal de Russische federatie dit als een zoveelste kaakslag beschouwen, en mogelijk in andere internationaal-politieke dossiers een hardere houding aannemen.
  • Binnen Europa blijft de vraag of de Unie na het verdrag van Lissabon zich zal kunnen omvormen tot een goed functionerende entiteit. Van het Franse voorzitterschap van de Europese Unie verwacht ik wel veel, onder andere een pact met de landen van de Mediterrane regio, dat het mislukte Euro-Med-proces uit 1995 misschien terug enig nieuw leven kan inblazen.
  • Energie zal ook steeds nadrukkelijker een thema worden. De huidige stijging van de energieprijzen zal zich doorzetten, hopelijk zullen onze politici daaruit de conclusie trekken dat investeren in alternatieve energie van strategisch belang is. Vooral mijn land, België, staat hierin nog nergens; dit moet dringend veranderen.
  • Wat het klimaatdebat betreft, wordt het ook een boeiend jaar – zal de internationale gemeenschap erin slagen om de eerder voorzichtige akkoorden uit Bali nu om te zetten naar een concrete agenda? Veel zal ook afhangen van de verkiezing van de nieuwe Amerikaanse president/e in november.
  • Wat Afrika betreft, dat continent blijft verder geteisterd door oorlog en armoede. Ik denk in dit verband vooral aan de oorlog die opnieuw aanwakkert in Oost-Congo, en de aanhoudende problemen in Darfur.
  • China en India zullen nog verder economisch groeien, en dat zal steeds nadrukkelijker een impact genereren op ons leven. Daar waar China in de jaren ’90 ervoor zorgde dat ons leven steeds goedkoper werd, zou nu wel eens definitief de omgekeerde trend ingezet kunnen worden. Men merkt dit reeds aan de stijging van de prijzen voor grondstoffen en levensmiddelen.
  • Met Rusland zal er een onduidelijke verhouding blijven bestaan. Op economisch vlak redelijk stabiele verhoudingen, maar op internationaal-politiek en strategisch vlak wil weldra Premier Poetin zich ook verder manifesteren.
  • In het Midden-Oosten is er een nieuw vredesproces aan de gang. Mijn hoop is uiteraard dat er een resultaat geboekt zal worden, maar ik vrees dat de fundamentele geopolitieke stellingnames van zowel Israëli’s als Palestijnen niet zullen wijzigen.
  • In Pakistan wordt dan weer de vraag wat er zal gebeuren na de moord op Benazir Bhutto. Pakistan is en blijft een kernmacht, het Westen kan niet tolereren dat er extremisten aan de macht komen. Het democratiseringsproces zal evenwel een tijdlang bevroren blijven…

U heeft zich onder meer verdiept in de geopolitiek van energie. Welke ontwikkelingen verwacht u deze eeuw op dit gebied?

Ik bestudeer dit thema nu al enkele jaren, vooral sinds het beëindigen van mijn doctoraal onderzoek in 2005. Hoe langer ik ermee bezig ben, hoe meer ik overtuigd raak dat het vraagstuk van de geopolitiek van de energie één van de sleuteldossiers wordt die een groot deel van de internationale politiek van de 21ste eeuw zal beïnvloeden. We staan voor bijzonder belangrijke tijden.

De vraag naar olie en gas neemt exponentieel toe, vooral als gevolg van de economische groei van opkomende landen zoals China en India (met elk meer dan 1 miljard inwoners). Langs de aanbodzijde zijn er grote problemen te verwachten. Inzake olie menen specialisten dat we over enige tijd een mondiale piek zullen bereiken in de olieproductie. Op dat moment zal de mensheid de helft van de olie die in de wereld geëxploiteerd kan worden, verbruikt hebben. Tot hiertoe hebben we enkel de makkelijk bereikbare velden aangeboord. De olie die nu nog beschikbaar is, valt veel moeilijker te extraheren. Vaak gaat het om diep gelegen velden, of kleinere velden. Het vraagt veel meer kapitaalintensieve investeringen, en de return on investment is verhoudingsgewijs veel kleiner. Met andere woorden naderen we het einde van het tijdperk van de ‘easy oil’. Als je kijkt naar de evolutie van de olieprijs, dan kan je die niet alleen maar verklaren door te verwijzen naar zogenaamde ‘geopolitieke instabiliteit’ in het Midden-Oosten, in Nigeria, of elders. Er is veel meer aan de hand; een structureel tekort is op handen.

De oliepiek is niet nieuw. In 1970 maakten de Verenigde Staten van Amerika hun eigen oliepiek reeds mee. In december 1970 piekte hun olieproductie op 10,2 miljoen vaten per dag. Tien jaar later hadden de VS vier maal zoveel olieputten, maar slaagden ze er nog maar in om 6,7 miljoen vaten olie per dag te produceren. Sindsdien daalt hun productie gestaag. In Europa maken we nu hetzelfde mee. De Noordzee-olie is de grootste olievondst sinds de Tweede Wereldoorlog, in 1969. Sindsdien zijn er geen grote velden meer van dat kaliber ontdekt, en het is ook weinig waarschijnlijk dat dat nog zal gebeuren. In 2005 piekte de productie van de Noordzee-olie. Ondanks de installatie van de laatste nieuwe technologie, daalt de productie nu ongeveer met 2 tot 3 procent per jaar. Steeds meer landen moeten hun olie elders zien te halen.

De diversificatiepolitiek die de VS voerde in de jaren ’90 om de wereldolieprijs laag te houden (en zo de macht van de OPEC te breken), begint te sputteren. De kleine olievelden in de Kaspische Zee, in Centraal-Azië, in Zuid-Amerika zijn onvoldoende groot om aan de mondiale oliebehoeften te voldoen. En zo komt het Midden-Oosten weer terug op onze radar. De grote “wild card” is Saoedi-Arabië. Dat land beweert nog altijd evenveel oliereserves te hebben als 10 of 15 jaar geleden, terwijl het enige nieuwe veld dat ontdekt werd in de laatste decennia, het Hatay-veld is. Er klopt hier iets niet. Als landen zoals Saoedi-Arabië in het komende decennium problemen beginnen te krijgen om hun productie op peil te houden, dan zal de mondiale situatie al dusdanig geëvolueerd zijn dat er grote problemen zullen ontstaan in de toevoer, met alle geopolitieke consequenties vandien.

Het klimaatdebat, waar we nu zoveel aandacht aan besteden, is eigenlijk ook inherent gerelateerd aan het energievraagstuk. Al te vaak worden die dossiers als apart beschouwd, wat eigenlijk onzinnig is. Als je het scenario verder trekt dat ik zonet geschetst heb, dan is duidelijk dat het ondertussen al 1 voor 12 is geworden. Ik houd me niet bezig met het debat of de mondiale piek nu komt in 2010 of in 2020. Feit is, de piek zal komen, en dus is het van nationaal belang dat massaal geïnvesteerd wordt in alternatieve energievoorziening, in het bijzonder in wind- en zonne-energie. Tegelijkertijd weten we ook nu al dat dat het mondiale probleem niet zal oplossen, we kunnen er enkel “tijd mee kopen” in afwachting van nieuwe technologische ontwikkelingen of in afwachting van een periode waarin onze welvaart minder groot zal zijn en we anders omgaan met onze economie en ecologie.

Op mondiaal vlak is de centrale geopolitieke vraag wie de kloof tussen aanbod en vraag zal ‘aanvaarden’; China, India, de VS, Europa? Hoe kan een race om energie en grondstoffen afgewend worden? Dat zijn allemaal uiterst belangrijke problemen waar werk is voor een hele generatie wetenschappers uit meerdere disciplines om alle aspecten ervan te bestuderen en met oplossingen te komen. Het zal beslist niet eenvoudig worden.

Tot slot: welke geopolitieke onderwerpen zijn nog onderbelicht qua onderzoek en zijn de moeite waard voor een scriptie?

Er zijn er teveel om op te noemen. Klimaatverandering en Geopolitiek zal alvast in de komende jaren aan belang winnen. Sommigen gaan zelfs al verder; in plaats van ‘climate change’ wordt nu ook al gesproken over ‘global change’, een begrip dat veel ruimer is; het handelt over de wijze waarop onze technologie de mens in staat stelt om zelf een ‘natuurkracht’ te worden, met alle gevolgen vandien.

Verder uiteraard ook studies over de herschikking van de mondiale machtsverhoudingen (met aandacht voor de vraag “hoe meet je dat?”), en studies over de race naar grondstoffen en energie. Ook de relatie tussen wijzigende omgevingsfactoren en migratiestromen is een niche waar nog heel wat werk geleverd kan worden.

Verder denk ik ook aan de opkomst van micro- en macro-regionale entiteiten in de internationale politiek, welke de monopolie-positie van de nationale staat in vraag stelt. Geopolitiek werd in het verleden al te vaak geassocieerd met natie-staten, maar die redenering gaat niet meer op. Weldra spelen ook steden zoals New York, Den Haag of Antwerpen een eigen geo-economische en geopolitieke rol. De relatie tussen geopolitiek en multilaterale besluitvorming is ook nog onderbelicht.

Would you like to share this?

2 thoughts on “David Criekemans: Geopolitiek, Vlaanderen, Mackinder, Heartland, Spykman, Rimland

  • 2015 (September) at 21:23
    Permalink

    An English/French/German translation of this interview would be much appreciated and would ensure its circulation. Not so many people know Dutch (that is Dutch, right?) Also, Mr Criekemans book isn’t yet translated into English, to the best of my knowledge, which is a pity.

    Reply
    • 2015 (November) at 22:40
      Permalink

      I agree, George, I will ask Dr Criekemans whether this is possible. Kind regards, Leonhardt

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

three × five =

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.